J.Kuik
DVT - Nexton
 >  Spanningslooswerken E-installatie
Introductie

Ons uitgangspunt is spanningsloos werken aan elektrotechnische installaties, ja onder bepaalde omstandigheden en voorwaarde mogen mensen onderspanning werken, de organisatie moet er wel voor ingericht zijn.

Maar wanneer werken we dan nu onder spanning en welke voorwaarden moeten er dan worden ingevuld?

Met betrekking tot het veilig werken aan, met of nabij elektrische installaties is het Arbobesluit en een aantal Nen-normen bepalend.

Werkzaamheden aan of nabij installaties met spanningen lager dan 50 V AC en/of 120 V DC, zoals in SELV- en PELV-ketens zijn veilig met voorbeveiliging In ≤  25 A  en vermogen P ≤ 1.250 VA. Voorbeelden van dergelijke installaties waarbij geen gevaar te verwachten is zijn datanetwerken, audio-installaties enzovoort.

Let op: werkzaamheden aan accu gevoede installaties, zoals UPS- en tractiesystemen, zijn ondanks de mogelijke lage spanningswaarde niet veilig. Het kortsluitvermogen is, wanneer een accu wordt kortgesloten, hoog en de vlamboog die hierbij ontstaat, kan zeer intens zijn.

Werken aan installaties onder spanning is dus in principe bij wet verboden. Door dit toch te doen, wordt in bijna alle gevallen de Arbowet overtreden. Volgens bepaling 3.5 in het Arbobesluit mag er – in uitzonderlijke gevallen – onder spanning aan laagspanningsinstallaties worden gewerkt. Er moet dan wel worden voldaan aan vier voorwaarden:
-    De dringende noodzaak voor het onder spanning werken moet zijn aangetoond.
-    Er moet voor deze klus een specifieke opdracht zijn gegeven.
-    De installatie moet zodanig zijn uitgerust dat de risico’s bij de werkzaamheden acceptabel zijn.
-    Er moeten doeltreffende maatregelen zijn getroffen om de werkzaamheden veilig te laten verlopen.


De werkverantwoordelijk moet overtuig zijn dat het niet anders kan, en dient dit schriftelijk vast te leggen, na het opstellen van een werkplan en Taakrisico moet hij beschrijven wie waar wanneer en welke werkzaamheden en volgorde uitgevoerd dienen te worden.

  1. Dringende noodzaak
  2. Specifieke opdracht
  3. Acceptabele risico’s
  4. Doeltreffende maatregelen 
  5. Werken in de gevarenzone


 Gebruik je veiligheidsmiddelen zoals.

Lock tag out 

veiligheid borden niet schakelen

gezicht bescherming enz. enz.

  

​​​​​​​

Risico's > Wat kan er gebeuren?
  • Elektrische schokken en elektrocutie:

    • Direct contact: Het raken van onder spanning staande delen kan leiden tot ernstige elektrische schokken of elektrocutie.
    • Indirect contact: Via gereedschappen, ladders of andere geleidende materialen kan indirect contact met spanning plaatsvinden.
  • Brandgevaar:

    • Vonken: Vonken kunnen ontbranden wanneer elektrische circuits worden geopend of gesloten, vooral in de aanwezigheid van brandbare materialen.
    • Oververhitting: Kortsluitingen of slechte verbindingen kunnen leiden tot oververhitting en brand veroorzaken.
  • Explosiegevaar:

    • In explosieve omgevingen (bijvoorbeeld in de buurt van brandbare gassen of stof) kan een vonk of een boogexplosie leiden tot een explosie.
  • Arcfaults (Boogfouten):

    • Elektrische bogen kunnen ontstaan door fouten in elektrische circuits, wat kan leiden tot ernstige brandwonden en schade aan apparatuur.
  • Secundaire verwondingen:

    • Valpartijen: Schokken kunnen leiden tot verlies van evenwicht en valpartijen.
    • Kruisgevaren: Tijdens een schok kunnen werknemers andere gevaarlijke objecten raken, zoals machines of scherpe voorwerpen.
  • Schade aan apparatuur:

    • Onjuist werken onder spanning kan leiden tot schade aan elektrische apparatuur en installaties, wat aanzienlijke reparatiekosten en uitvaltijd kan veroorzaken.
  • Gezondheidsrisico's:

    • Langdurige blootstelling aan elektrische velden kan leiden tot gezondheidsproblemen zoals stress, vermoeidheid en andere lichamelijke klachten.

Nexton bedrijven 

Maatregelen > Wat moet je doen?

Logo Overheid.nl

Arbeidsomstandighedenbesluit


Artikel 3.5. Elektrotechnische, bedienings- en andere werkzaamheden aan of nabij een elektrische installatie

1 Elektrotechnische werkzaamheden en bedieningswerkzaamheden die gevaren kunnen opleveren, worden door deskundige, voldoend onderrichte en daartoe bevoegde werknemers uitgevoerd.

2 Een ruimte waarin zich een elektrische installatie voor hoogspanning bevindt waarvan de delen niet of onvoldoende zijn beschermd tegen direkte of indirekte aanraking dan wel te dichte nadering, wordt slechts betreden in aanwezigheid van een tweede daartoe bevoegd persoon.

3 Werkzaamheden aan of in de nabijheid van een elektrische installatie worden slechts uitgevoerd, indien de installatie of het gedeelte waaraan of in de nabijheid waarvan wordt gewerkt, spanningsloos is.

4 De daartoe bevoegde werknemer neemt doeltreffende maatregelen om een veilig verloop van de werkzaamheden te waarborgen.

  • a.de dringende noodzaak van het onder spanning uitvoeren van die werkzaamheden is aangetoond;

  • b.tot het uitvoeren van die werkzaamheden door de daartoe bevoegde werknemer uitdrukkelijk opdracht is gegeven, en

  • c.de installatie tevens geschikt is voor het onder spanning uitvoeren van die werkzaamheden en door de daartoe bevoegde werknemer doeltreffende maatregelen zijn genomen om de aan die werkzaamheden verbonden gevaren te voorkomen.

5 Het derde lid is niet van toepassing op werkzaamheden die worden verricht aan of in de nabijheid van een elektrische laagspanningsinstallatie, indien:

6 Het derde lid is niet van toepassing op werkzaamheden die worden uitgevoerd aan of in de nabijheid van een elektrische installatie voor hoogspanning, bestaande uit:

  • a.het nemen en opheffen van veiligheidsmaatregelen, waaronder begrepen het met geschikt materieel knippen of schieten van kabels;

  • b.het uitvoeren van metingen en beproevingen, of

  • c.het reinigen van elektrisch materieel.

    • a.tot het uitvoeren van die werkzaamheden door de daartoe bevoegde werknemer uitdrukkelijk opdracht is gegeven;

    • b.gebruik wordt gemaakt van de voor deze werkzaamheden geschikte arbeidsmiddelen, reinigingsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen, en

    • c.de werknemers zich met de arbeidsmiddelen waarmee zij fysiek in contact staan, niet behoeven te begeven in de gevarenzone van de installatie of delen daarvan die onder spanning staan.


7 Werkzaamheden bestaande uit het reinigen van elektrisch materieel in een elektrische installatie voor hoogspanning als bedoeld in het zesde lid, onder c, worden slechts uitgevoerd, indien:

  • a.tot het uitvoeren van die werkzaamheden door de daartoe bevoegde werknemer uitdrukkelijk opdracht is gegeven;

  • b.gebruik wordt gemaakt van de voor deze werkzaamheden geschikte arbeidsmiddelen, reinigingsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen, en

  • c.de werknemers zich met de arbeidsmiddelen waarmee zij fysiek in contact staan, niet behoeven te begeven in de gevarenzone van de installatie of delen daarvan die onder spanning staan.